Geschiedenis van het schermvliegen, het prille begin

De droom van mensen om te vliegen is al zo oud als de mensheid zelf. Wie kent niet het verhaal van Icarus. Ook in het werk van Leonardo da Vinci vinden we veel terug van het verlangen om te vliegen.

Otto Lilienthal is een van de eerste mensen die succesvol probeert om met een soort zweefvliegtuig te vliegen. Van 1891 tot aan zijn dood in 1896 maakt hij zo'n 2000 vluchten met zweeftoestellen vanaf heuvels in Duitsland.
Met de komst van de eerste echte vliegtuigen en het militaire gebruik van ballonnen, worden ook de eerste parachutes ontwikkeld.
(Het idee daarvoor is al in de schetsen van Leonardo da Vinci terug te vinden.)
Tijdens de eerste wereldoorlog worden parachutisten al aan lange lijnen gesleept achter duikboten aan.

In Amerika wordt direct na de oorlog van alles ontwikkeld, zoals de "Rogallo flexible wing" van Francis Rogallo. De Amerikaan Domina Jalbert patenteerde in 1964 de "Multi-cell Wing Type Aerial Device" en in 1965 vloog David Barish, (NASA) voor het eerst met een "Sail Wing" vanaf Hunter Mountain in New York.
Vanaf dat moment gaan parachutisten nadenken over nieuwe mogelijkheden in hun sport, ze vormen groepjes die van alles uitproberen. Er wordt veel gepubliceerd in tijdschriften en boeken, en in 1978 rekenen drie Franse vrienden op basis van die literatuur uit dat het mogelijk moet zijn om vanaf een berg te starten met een moderne square parachute. Jean-Claude Bétemps, André Bohn and Gérard Bosson proberen het uit in Mieussy, Frankrijk. Daarmee worden zij de eerste schermvliegers! Zij zijn ook de bedenkers van het woord "Parapente", (pente betekent helling in het Frans)

De wilde jaren 80 en 90...

Na de eerste vluchten in '78 gaan de parachutisten als eerste pionieren. De standaard uitrusting presteert niet erg best, glijgetallen van 3 geven maar weinig ruimte voor plezier. Dus wordt het materiaal voorzichtig aangepakt, de ontwerpen gewijzigd. Er komt een eerste parapente in productie, de Randonneuse, die veel gemakkelijker opzet bij het starten.
Aanvankelijk voorzichtig, maar gaandeweg steeds vooruitstrevender. De nieuwe afdaaltechniek trekt de aandacht van een andere groep: bergbeklimmers die met het naar beneden lopen hun knieen blesseren.

In die tijd komen ook nieuwe materialen beschikbaar zoals dynema, mylar en kevlar. Dat maakt het mogelijk om verder te ontwikkelen! Het glijgetal kruipt omhoog naar 4, 5 en zelfs 6... De vliegsnelheid gaat ook omhoog en de vorm van de vleugels verandert, het vleugelprofiel wordt dunner, de vleugels worden steeds slanker. In '87 zijn er de eerste onofficiele wereldkampioenschappen, in '89 organiseert de FAI voor het eerst deze wedstrijd.

De nieuwe vleugels zijn niet altijd even stabiel en veilig. Veel pioniers raken gewond of overlijden na ongelukken. De opgedane ervaring wordt duur betaald. Veel piloten van toen zouden nu niet meer aan zulk materiaal willen vliegen.
Ook bij het lieren wordt veel ervaring opgedaan. Vliegers leren dat het optrekken van een parapente met een auto heel soms goed gaat maar meestal heel erg verkeerd afloopt... Gaandeweg worden de moderne lieren ontwikkeld, die ervoor zorgen dat je wel veilig omhoog getrokken kunt worden.

Halverwege de negentiger jaren komt er plotseling veel aandacht voor veiligheid. De schermen waren al in klassen ingedeeld, maar er wordt voortaan erg secuur gekeurd. Er komt zelfs een heuse EN norm voor schermen! Ook worden er harnassen met protectoren en airbags ontwikkeld, en de verplichte helmen worden ook gecertificeerd. In veel landen worden vliegopleidingen gereguleerd, het begin van volwassenheid.

Groei naar volwassenheid...

In het nieuwe millenium groeit de vliegsport gestaag. Je hoeft geen waaghals meer te zijn om te vliegen aan een scherm. Goede opleiding, uitstekende materialen en doordachte regelgeving maken dat de schermvlieger een erkende gebruiker van het luchtruim wordt. In de nieuwe luchtvaartwet worden we genoemd als luchtvaartuig en mogen we dus vliegen. Maar het blijft een moeizame opgave om te voorkomen dat een voor het overige luchtverkeer noodzakelijke maatregel onze hobby met een pennestreek formeel verbiedt.
De KNVvL organiseert en structureert. De opleiding tot schermvlieg instructeur wordt rijks-erkend. Kwaliteits- en veiligheidsdenken wordt doorgevoerd op alle niveaus in de schermvliegwereld.

Ook op materiaalgebied speelt zich een ware revolutie af. Het glijgetal van een standaard parapente nadert de 10, wedstrijdschermen komen daar wellicht al boven? Door computerberekeningen wordt duidelijk dat bij lage vliegsnelheden een dikker vleugelprofiel beter presteert, en dus veranderen de vleugels weer van vorm. Lichter vleugeldoek verbetert de vliegeigenschappen nog verder. Het lijnenprofiel wordt verbeterd waardoor maximale vliegsnelheden ver boven de 50 kmh mogelijk worden.

Een gevorderde piloot vliegt op een goede thermiekdag tientallen kilometers ver weg, wedstrijdpiloten honderden. Competities trekken honderden piloten en maken het vliegen tot een wereldwijd event. What's next?